Een van de beroemdste en succesvolste sportwagens aller tijden is de Aston Martin DB5.
Deze zeer gestroomlijnde, rondvormige bolide was een sensatie op het gebied van autotechniek begin jaren 60. De auto was bloedmooi, erg snel en haalde wel 233 km/h. De auto was erg prijzig en werd helemaal beroemd toen de auto in de James Bond film Goldfinger werd gebruikt. Later werd hetzelfde model ook gebruikt in Thunderball, GoldenEye, Tomorrow Never Dies en Casino Royale. De auto komt ook bij verschillende video spellen terug zoals 007 Racing. Dit jaar kwam een gestylede versie van de Aston Martin DB5 ook weer terug in de bioscopen in de Walt Disney film “Cars 2″ waar hij de rol speelt als Finn McMissile. De DB5 is erg geliefd bij autoverzamelaars en is een door zijn geringe opgave van 1023 uitgegroeid tot een echt collectorsitem.
De auto werd uitgebracht in 1963 en was een opvolger van de laatste series van de DB4. De naam van de DB serie werd afgeleid van de directeur van Aston Martin, David Brown. De auto werd in 3 verschillende versies gemaakt. Zo was er de 2 deurs 2+2 coupé, de 2-deurs convertible en de 2-deurs shooting brake. Toentertijd kostte de goedkoopste versie £4,248.



Een klassieker huren voor 1 dag, voor een bruiloft of gewoon lekker toeren of juist voor een hele week inclusief een compleet verzorgd arrangement met hotels en kastelen die je bereikt via de mooiste slingerwegen. Of met een hele groep een dag of weekend toeren inclusief technisch team en spare car. Dat is Rentaclassic.nl.
Voordat de Tweede Wereldoorlog in alle hevigheid losbarstte, lagen de ontwerpen van de Delahaye 135 al op de plank. Frankrijk had in deze periode meer autofabrikanten die bijzondere ontwerpen presenteerden. Na het einde van WO II bracht Delahaye in 1946 de auto opnieuw op de markt. Naast de 135M werd ook de 135MS gebouwd. De MS uitvoering werd uitgerust met drie solex carburateurs en had een vermogen van 130PK. Veel ontwerpers gebruikte de chassis als basis van diverse schitterende carrosserieën. Denk hierbij aan bijvoorbeeld Hermann Graber en 

